Maartje’s burn-out (gastblog)

Hoi, ik zal me even voorstellen. Ik ben Maartje, 24 jaar en kom uit Utrecht.

Nadat ik mijn studie, allround grimeur afrondde, ben ik gaan werken in de horeca. Ik wilde toch niks met mijn studie doen en had altijd al veel plezier in horecawerk. Helaas kon ik niet helemaal de juiste werkplek vinden. Nadat ik 10 maanden met heel veel tegenzin naar mijn werk ging, heb ik dan eindelijk ontslag genomen. Wat een opluchting.

Ik had nog geen nieuwe baan, maar had er alle vertrouwen in om op tijd iets nieuws te vinden. En dat gebeurde ook. Met heel veel enthousiasme begon ik bij mijn nieuwe baan. Maar ook dit duurde maar even. Uiteindelijk ben ik hier na 5 maanden al vertrokken en heb ik echt even goed gekeken naar wat dan beter bij mij past. Ik besloot dat ik in de middag horeca wilde gaan werken en wilde graag ergens werken waar het product wat we verkopen echt is waar het bedrijf voor staat.

Zo kwam ik februari 2019 bij een koffie bar in het centrum van Utrecht te werken. We spraken af dat ik na een half jaar manager zou worden en uiteindelijk misschien wel finaal manager zou worden. Hoe tof! En zo gebeurde het in september dan ook. Ik voelde me verantwoordelijk en haalde veel plezier uit mijn taken op de vloer. Ik voelde me echt op mijn plek.

April 2020 verliep heel anders. Half maart brak Corona in Nederland uit. Horeca dicht. Ik ben de enige die een vast contract heeft op mijn werk, dus mijn werkgever en ik besloten om de hele zaak goed aan te pakken en de grote schoonmaak/klusweek in te zetten. Gelukkig werd er wat meer duidelijk aan het eind van de week en gingen wij weer open voor take-away. Toch fijn weer.

Helaas duurde dit voor mij een week. Toen het tweede weekend aanbrak was ik onwijs moe. Ik stond op de vloer en werd steeds minder goed. Mijn hoofd barste haast uit elkaar van de hoofdpijn. Ik kon niet goed meer blijven staan en als ik iets van het aanrecht wilde pakken, greep ik zelfs mis. Ik ging naar huis, sprak af dat ik de volgende ochtend uit zou slapen en zou bellen of het al beter ging. Zo moest ik me de volgende ochtend toch ziek melden en zit sindsdien thuis.

De eerste weken waren onzeker. Wat was er toch aan de hand? Het waren allemaal symptomen die ik kende. Maar ze hielden langer en heftiger aan dan normaal. Zo belde ik de dokter. Er brak een tijd aan waar ik van het kastje naar de muur werd gestuurd. Elke keer kreeg ik weer te horen dat zij ook niet wisten wat er aan de hand was, dat ik als het aanhield nog maar een keer moest bellen en in de tussentijd werd ik doorgestuurd naar telefoongesprekken die mij niet verder hielpen.

Na een maand wist ik dat het mentaal niet goed zat. Dat er fysiek niks mis met me was, maar dat ik gewoon uitgeput was. Ik had even rust nodig. Maar hoe lang? En hoe uitgeput ben ik dan eigenlijk? Nadat 2 vriendinnen van mij voorzichtig vroegen of ik niet gewoon een burn-out had, wist ik het zeker. Ondanks dat ik het al lang wist. Maar geef zo iets maar eens toe. Het is niet niks.

Tijd om wederom de dokter te bellen en mijn eigen diagnose te gaan stellen. Want zij deed dit niet. Wederom een doorverwijzing. Echt hoop had ik er niet meer in. Maar ik ging er mee akkoord en plande een afspraak in voor een intake gesprek bij een groot psychologen bedrijf. En daar was dan eindelijk de diagnose! Eerlijk gezegd was ik heel blij om de diagnose te krijgen. Nu was er eindelijk duidelijkheid, wist ik een beetje meer waar ik aan toe was. En kon ik aangeven aan mijn omgeving dat het serieus even niet meer ging.

De Arbo-arts belde mij na 6 weken ziek zijn op. Het eerste gesprek verliep niet helemaal zo als ik hoopte. Er werd voor een paar minuten geluisterd en daarna werd er meteen geoordeeld. Ik zou wel weer aan het werk kunnen. Ik hing huilend op en raakte in paniek.  Gelukkig reageerde iedereen om mij heen wel rustig en besloten we nog even rustig aan te doen. Heel fijn.

Vervolgens kwam ik in contact met de re-integratie coach. Hier gaf ik aan dat ik het gesprek met de Arboarts niet op prijs stelde. Veel begrip was er niet. Maar het was in elk geval gezegd. Het tweede gesprek met de Arbo-arts was gelukkig wat beter. Ze gaf me nog wat ruimte. Zij wel. De re-integratie coach daarintegen niet. Hij belde mij even later weer op om te vragen waarom ik dan niet kon werken en zei dingen als: ‘Ik wil dat je kijkt naar wat er wel kan, niet naar wat er niet kan.’ Maar op dat moment was er niks mogelijk. ‘Ik kan gewoon niks!’

Zo verliepen de gesprekken tussen ons dat hij mij aan het pushen was en ik mezelf moest verdedigen. Elke keer als ik weer een belletje had gekregen moest ik hier 3 dagen van herstellen. Als ik wist dat ze zouden bellen, was ik hier al dagen van tevoren mee bezig. Een belletje van tien minuten kostte mijn dagen om te herstellen. En ik werd na elk gesprek weer een beetje bozer.

Waarom werkt dit systeem zo? Hoe kan het zijn dat zij zo te werk gaan? Ze zijn er toch om mij te ondersteunen? Maar ze werken me alleen maar tegen, ze houden mij ziek.

Het ging zelfs zo ver dat mij het recht op een afspraak met mijn Arbo-arts werd ontnomen. Mijn re-integratie coach vond het niet nodig. Ondanks dat ik het meer dan nodig had. Maar zijn wil is wet. Dat werd me wel duidelijk. Ik voelde me zo machteloos. Ik wilde graag een nieuwe re-integratie coach. Maar hoe? Want ik kon alleen via hem met mijn Arbo-arts in contact komen. Na vele pogingen liet ik het maar los. Maar nog steeds ben ik woedend op deze man. Hij heeft mij nooit geholpen. Ik heb me werkelijk nooit gezien of begrepen gevoeld. En dit vind ik echt een ernstige zaak.

Gelukkig heb ik fantastische ouders en vrienden. Hier voel ik me wel voor gehoord en gezien. Ze helpen me overal doorheen. En dat is echt alles waard. Ik bespreek tegenwoordig bijna alles met mijn ouders en kan ze altijd bellen. Dit is iets dat ik nooit eerder zoveel heb gedaan. Ik dacht altijd dat het niet verstandig was om zo veel te delen. Want alles wat ik zeg, kan tegen mij gebruikt worden. En nog steeds heb ik die angst wel. Maar ik weet nu ook beter dat ik er meer uit haal om het wel te vertellen dan niet.

Onderhand ben ik elf maanden verder. Ik heb de Arbo-arts al meer dan vier maanden niet gesproken. Wat ik nog steeds echt heel raar vind. De re-integratie coach houd ik zo veel mogelijk op afstand. Ik heb nog een poging gedaan om hulp aan hem te vragen en wat vragen die ik had beantwoord te krijgen. Maar dit was wederom een hopeloze poging.

Gelukkig heb ik onderhand zelf de touwtjes wat meer in de hand. Op eigen houtje heb ik een gesprek aangevraagd met mijn werkgever. Hierbij heb ik de hulp van mijn vader gevraagd. Want alleen tegenover mijn werkgever zitten vond ik niet echt een goed idee. Ik was bang dan niet uit mijn woorden te komen en vervolgens alles te vergeten, want mijn geheugen is ook niet optimaal op dit moment. Is het dan een beetje sneu om vader hier voor te vragen? Vond ik niet. Hij is in mijn geval de juiste persoon. En ik schaam me totaal niet voor het feit dat ik hem hiervoor heb in geschakeld.

Het eerste gesprek met mijn werkgever vond ik onwijs spannend. Ik had echt paniek hiervoor. Met knikkende knieën kwam ik aanlopen en ging shakend zitten. Ik begon het gesprek met te vertellen waarom ik graag dit gesprek wilde. Stamelend begon ik met wat woorden die vage zinnen creëerde. Maar gelukkig werd dit beter, want ik wist immers waar ik voor kwam. Ik had eigenlijk maar één hele duidelijke vraag. ‘Wil je nog dat ik terug kom?’

In eerste instantie werd er wat omheen gepraat over wat hij moest doen als werkgever. Waarna ik het nog een keer herhaalde. ‘Wíl jij mij nog terug?’ En hier was het antwoord ‘nee’ op. Duidelijk. Pijnlijk maar duidelijk. Dit was het antwoord waar ik eigenlijk al zeker van was. Het antwoord wat ik ergens wilde horen.

Ik nam voor mezelf een maand om dit te verwerken en goed na te denken over wat ik wilde. Deze maand was heel zwaar. Ik had een enorme terugval. Fysiek kon ik helemaal niks meer. Voor mezelf zorgen werd onmogelijk. Opstaan was de zwaarste taak van de dag. Een boterham smeren was haast een onmogelijke taak. Koken probeerde ik niet eens meer. Ik kon echt niks meer. En dit is echt heftig. Ergens dacht ik nog dat het tussen mijn oren zou zitten. Maar het leek echt onmogelijk te zijn. Mentaal hield ik me voor lange tijd goed. Maar ook dit ging op den duur niet meer. Ik huilde hele dagen en ging van bed naar bank, naar bed. Ik voelde niet meer dat ik leefde.

Nu eindelijk na meer dan een maand, ben ik weer een beetje op de been. Ik kan weer beter voor mezelf zorgen. Iets dat ik voorheen nog wel meer van zelfsprekend vond, is nu echt een zegen.

Betreft werk heb ik eindelijk de knoop doorgehakt. Mijn werkgever heeft een voorstel gedaan. We hebben onderhandeld en zijn er uit gekomen. En nog best snel. Hier ben ik dankbaar voor. Want iets dat ik echt niet wilde was met ruzie uit elkaar gaan. Gelukkig hebben we altijd een goede band gehad.

We zijn tot de conclusie gekomen dat ‘t het beste is om uit elkaar te gaan. Dit vond ik een moeilijke beslissing. Ondanks dat ik al drie maanden weet dat dit de beste is, twijfel ik nog steeds. Ik vind het doodeng. Maar weet dat dit het beste is voor mijn herstel. En ik weet zeker dat alles goed gaat komen. Maar er zijn ook momenten dat ik het licht niet zie.

Er is nog een lange weg te gaan. Dat weet ik. Op dit moment heb ik het gevoel dat ik mijn eerste been van de bodem heb gehaald en ik kan beginnen met klimmen. Waar heen? Daar heb ik nog geen idee van. Maar ik houd de hoop. Ik teer elke dag weer op een heel klein vonkje dat misschien één keer per dag voorbijschiet. Het is nog niet veel. En soms moet ik het zelf zoeken. Maar elke dag is die er wel.

Ondanks dat ik weinig kan genieten van mijn dagen, geniet ik toch elke dag wel van iets. Ik lees veel. Probeer elke dag naar buiten te gaan, leer veel en evalueer veel over mijn leven. Ik voel steeds meer kracht in mezelf. Elke dag word ik wel sterker. Ook als ik een slechte heb. Misschien juist wel van die slechtere dagen.

Zo zie ik mijn burn-out al een geschenk. Het is zwaar, zwaarder dan ik ooit had kunnen denken. Maar het is het waard. Het is de grootste ontwikkeling die ik mee maak. Ik dacht mezelf best goed te kennen. Maar nu weet ik nog zo veel meer.

 Ik wil je bedanken voor het lezen van deze blog. Het voelt goed om mijn verhaal te delen. Ik hoop hiermee dat er steeds meer begrip komt voor mentale problemen. En daarbij hoop ik door mijn verhaal te delen, anderen te kunnen helpen en dat ook zij misschien meer durven te delen. Je bent het waard om gezien te worden.

Liefs,

Maartje

HIERNA TE LEZEN ARTIKELEN EN TIPS:

Zo creëer jij doorgroeimogelijkheden in je werk

Zo creëer jij doorgroeimogelijkheden in je werk

Vind je jouw werk erg leuk, maar mis je uitdaging? Voel je dat je meer aan kan? Wil je graag je vaardigheden en kennis uitbreiden? Een goede mogelijkheid om dit te doen is doorgroeien in het bedrijf waar je nu zit. Doorgroeimogelijkheden dus. In dit artikel lees je 6...

Hoe maak ik een carrièreswitch?

Hoe maak ik een carrièreswitch?

Je hebt al langer een knagend gevoel. Je zit niet op je plek en je gaat met steeds meer tegenzin naar je werk. Je wilt graag een carrièreswitch maken. Het liefst neem je de stap naar totaal iets anders. Dit werkveld ben je op uitgekeken. Deze branche is het niet. Je...

Waar ben ik goed in? – Zo kom je erachter

Waar ben ik goed in? – Zo kom je erachter

Waar ben ik goed in? Een vraag die de meeste mensen moeilijk vinden om te beantwoorden. Enerzijds omdat we het lastig vinden om uit te spreken wat we goed kunnen. Wij als nuchtere Nederlanders denken ‘’doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’’. Dus echt je...

© 2019 - 2022 M.elodieinhetleven | Alle rechten voorbehouden | Algemene voorwaarden | Privacybeleid | Webdesign: Brainwise